HET EFFECT VAN STRAF, SCHULD & SCHAAMTE, EN HOE HET ANDERS KAN

07/06/2017

Deze blog maakt je bewust van het effect van straf, schuld en schaamte. Door bewustwording leer je om meer op een verbindende manier te communiceren en met conflicten om te gaan. Je hebt  een keuze om het anders doen. Voor meer geluk en succes in jouw leven en in die van anderen. 

 

SCHAAMTE & SCHULD
Waarom vinden veel mensen straffen en belonen zo belangrijk in de opvoeding, in het beschermen van de veiligheid in de samenleving en in het stimuleren van werkprestaties? Het is gebaseerd op een verdienmodel dat zegt dat als je goed doet, je beloning verdient en als je iets slecht of fout doet, straf. Maar is er wel zoiets als goed en fout? En waarom dienen we ons te schamen of schuldig voelen als we iets “fout” doen?

Schaamte kan gezond zijn, daarmee respecteren we grenzen van andere mensen en doen we ze geen pijn. Alleen kweekt opgelegde schaamte angst. Daardoor durven we ons niet meer kwetsbaar op te stellen, en dat is funest voor betrokkenheid, innovatie, creativiteit, productiviteit en vertrouwen, zegt onderzoekster Brené Brown.

Beschuldigingen, geroddel, voortrekkerij, scheldpartijen en machtsmisbruik zijn allemaal gedragssignalen die aangeven dat een cultuur is doortrokken van schaamte. Een nog duidelijker signaal is het gebruik van schaamte als managementtool. Zijn er bijvoorbeeld aanwijzingen dat mensen op leidinggevende posities anderen koeioneren, ondergeschikten bekritiseren in het bijzijn van collega’s, mensen publiekelijk uitbranders geven, of beloningssystemen instellen die mensen doelbewust kleineren, een gevoel van schaamte geven of vernederen? Als dat zo is, als schaamte als managementtool wordt ingezet, moeten we volgens Brené Brown onmiddellijk actie ondernemen. Het is ongezond en besmettelijk. Als werknemers worden belast met schaamte, kun je er vanuit gaan dat ze het doorgeven aan hun klanten, collega’s en gezinnen.

Als schaamte over een bepaalde grens heen gaat, trekken mensen zich uit zelfbescherming terug. Ze zijn niet meer betrokken, wat betekent dat ze niet meer bijdragen en zich niet meer verantwoordelijk voelen. Schaamte is dus schadelijk en zorgt voor ongeluk en verdriet.

Schaamte gaat vaak gepaard met beschuldigen. Iemand beschuldigen is een manier om onaangename, pijnlijke gevoelens af te reageren als we ons kwetsbaar, boos, beledigd, beschaamd of verdrietig voelen. Maar het is niet constructief en vreedzaam. We ontkennen daarmee onze eigen verantwoordelijkheid. Is het uiten van beschuldigingen in jouw leven en/of werk een terugkerend patroon, dan is het belangrijk om daar iets tegen te ondernemen.

 

HIËRARCHISCHE SAMENLEVING

Al heel vroeg in je leven, raak je vertrouwd met hiërarchie, schaamte, schuldgevoelens, straf en beloning. Het begint vaak al in je opvoeding. Positief opvoeden is wat velen inclusief opvoeddeskundigen en overheid in onze samenleving ideaal vinden. Positief opvoeden betekent dat je een kind aandacht geeft als hij iets doet wat je leuk of goed vindt. Goed gedrag conform de regels prijs en beloon je dus. Negatief gedrag negeer je. Heel veel mensen zullen denken, hier is toch niets mis mee. Toch zitten er heel wat haken en ogen aan.

Je draagt bij aan schaamte- en schuldgevoelens bij je kind als hij iets fouts doet. Dit gedrag mag er immers niet zijn. Een kind is nooit “vervelend” om zijn ouders lastig te vallen, maar omdat hij niet anders kan omgaan met bepaalde emoties en behoeftes. Het kan een teken zijn dat er iets aan de hand is. Waarom zou je als ouder niet gewoon vragen wat er aan de hand is?

Als je een kind via stelselmatig belonen leert wat goed gedrag is, leer je hem niet waarom het goed gedrag is. De intrinsieke motivatie en innerlijke moraal bij een kind worden niet ontwikkeld. Dit is juist zo belangrijk om werkelijk zelfstandig te worden. Positief opvoeden lijkt een beetje op het africhten van een hond door middel van koekjes dan op werkelijk opvoeden.

Belonen wordt ook vaak verward met liefde en aandacht, en dat maakt afhankelijk. Dan ga je als kind alles doen om beloning en complimenten te krijgen. Wat gaat een kind doen als hij voor goedkeuring afhankelijk is geworden van anderen? Hoe weerstaat hij dan het oordeel van leeftijdsgenoten als hij niet mee wil roken, blowen of drinken maar wel veel waarde hecht aan de goedkeuring van anderen?
Als kind zijn je ouders en leraren de leiders die bepalen wat positief gedrag is. Zij hebben de macht. Later in je leven zijn het de managers, en op landelijk niveau de ministers en minister-president. Van jongs af aan leer je te luisteren naar diegene met de meeste macht en die tevreden te stellen met wenselijk gedrag. In onze werkcultuur stimuleren we het volgzaam zijn aan een baas. Mensen die tegengas geven, anders denken, eigenwijs zijn, worden op de meeste werkplekken niet gewaardeerd. We weten er niet mee om te gaan.

Waarom zijn we zo gehecht aan een hiërarchische structuur met rangorde, leiders en volgelingen? Waarom staan wij toe dat normen en regels door leiders bepaald worden? En hoe mooi zou de wereld eruit zien als we dingen zouden doen of laten omdat we er echt zelf in geloven? Als we onze eigen behoeften en die van een ander serieus nemen en respecteren. Als we echt gelijkwaardig aan elkaar zijn en ons ook zo tot elkaar verhouden. Als we niet bang zijn voor straf, maar onszelf en de ander respecteren. En dat betekent absoluut niet dat er geen regels of afspraken kunnen zijn.

 

HOE HET ANDERS KAN
Regels en afspraken zouden er moeten zijn om ieders belangen en behoeften te steunen. Het uitgangspunt is de beschermende uitoefening van macht en niet de straffende. Straf roept namelijk meestal boosheid, vijandigheid en weerstand op. Dan doe je iets omdat je bang bent voor de gevolgen en niet vanuit een intrinsieke motivatie.

Iets doen vanuit intrinsieke motivatie kun je kinderen al heel vroeg leren, omdat die goed in contact staan met hun behoeften. Wij volwassenen moeten vaak leren om weer in contact te komen met hun behoeften, omdat we het in ons jongere jaren afgeleerd hebben. We hebben allerlei strategieën geleerd om ongewenste situaties en gevoelens zo min mogelijk te voelen. Dit varieert van wegstoppen, op iemand anders afreageren, wegredeneren, klagen, ontkennen, verdoven tot overdreven willen helpen om de goedkeuring te krijgen van anderen.

Eigenlijk moeten we weer leren om te voelen, om onze gevoelens en behoeften waar te nemen en te herkennen in ons lichaam. Pas als we in contact staan met onze eigen gevoelens, kunnen we empathisch zijn voor de gevoelens en behoeften van anderen. Via de volgende stap, het communiceren over gevoelens en behoeftes, kunnen we veranderen. We richten ons dan op wat we waarnemen, voelen, nodig hebben en willen verzoeken om het leven te verrijken. Deze manier van communiceren heet verbindende communicatie oftewel Nonviolent Communication en is ontwikkeld door Marshall Rosenberg.

 

WAT DOE JE NIET IN VERBINDENDE COMMUNICATIE?

– Analyseren, diagnosticeren en oordelen
Een analyse of diagnose maken over iemand en/of een oordeel uitspreken leidt vaak tot verwijdering in plaats van verbinding of contact. Iedereen wil erkend, gehoord en gezien worden, en niet beoordeeld of veroordeeld.

Moralistische oordelen impliceren dat mensen slecht zijn of verkeerd handelen wanneer zij niet in overeenstemming met onze waarden handelen. Het is een taal vol woorden die mensen en hun handelingen classificeren en in hokjes plaatsen, wat bijdraagt aan geweld.

Bijvoorbeeld:
Zij ziet er niet uit.
Je luistert nooit.
Je doet belachelijk.
Wat een tokkie!
Kutmarokkaan.

Hoe doe je dat: niet oordelen? Door te observeren wat je ziet, hoort en voelt en dit ook zo precies mogelijk te zeggen. En niet zeggen wat je denkt dat er zou moeten zijn. Je maakt bewust een onderscheid tussen gedragingen en omstandigheden die je raken en de (voor)oordelen die dit bij je oproepen.

– Ontkennen van verantwoordelijkheid

968af36bad783fdfebe271416cf517e9Het is lastig om verbinding te ervaren met iemand die haar/zijn verantwoordelijkheid ontkent. “Zo gaat dat nou eenmaal” wordt er dan gezegd. Wanneer je in aanraking komt met deze vorm van communicatie loopt de frustratie vaak hoog op omdat er niet wordt voldaan aan je behoefte gehoord te worden.

We kunnen kiezen voor een taal die bewuste keuzes onderkent. Niet omdat het “moet” of “zo gaat”, maar vanuit behoeften. Je volgt bijvoorbeeld een bevel op, niet omdat het moet, maar omdat je bang bent voor gevolgen als ontslag of vervolging. Deze gevolgen vinden hun oorsprong in basisbehoeften als voeding, veiligheid en een dak boven je hoofd hebben. Door de woorden ‘moeten’ en ‘dienen’ te gebruiken verduister je eigenlijk je persoonlijk verantwoordelijkheidsbesef voor gedrag, gedachten en gevoelens.

We ontkennen verantwoordelijkheid voor onze acties als we de oorzaak buiten onszelf zien. Voorschriften van mensen boven ons, groepsdruk, beleidsregels, procedures, psychologisch verleden en daden van anderen zijn factoren die we aandragen om niet volledig de eigen verantwoordelijkheid en vrije keuze te onderkennen. Dit is gevaarlijk en heeft in het verleden geleidt tot een uitspraak als ‘Ich habe es nicht gewusst.’

Voorbeelden:
Zo gaat dat hier nou eenmaal.
We zijn dit nou eenmaal zo gewend om te doen.
Dat vindt mijn leidinggevende niet goed.
Ik zou graag helpen maar de regels staan het niet toe.

– Eisen stellen
Bij een eis is impliciet of expliciet sprake van straf of schuld als de eis niet wordt ingewilligd. Omdat mensen de behoefte hebben om hun eigen keuzes te kunnen maken draagt het meestal niet echt bij aan verbinding. Een eis kan ook de vorm hebben van een verzoek en later een eis blijken te zijn als het antwoord ‘nee’ is en er straf volgt. Bijvoorbeeld in: ‘Wil je de afwas doen? Nee? Nou, dan hoef je ook niet te denken dat je nog buiten mag spelen.’

Andere voorbeelden:
We spreken af dat jij op tijd komt.
Als je dit niet doet heb je een probleem.
Niet goed, opnieuw!
Je moet je aanpassen aan de cultuur van dit land.

Besef dat als iemand “nee” zegt hij tegelijkertijd “ja” zegt tegen iets anders. Dat andere is onbekend voor jou. Je kunt gissen naar de behoefte van die andere persoon of het hem gewoon vragen. Probeer helderheid te krijgen in waar het werkelijk om gaat, voor jou en voor de ander. Het gaat er om in verbinding te blijven met de ander, zelfs als je van mening verschilt of als het dreigt te escaleren.

– Gebruik maken van straf of beloning

“Hij verdient om hiervoor te worden gestraft.” Dit taalgebruik suggereert dat bepaald gedrag straf of beloning rechtvaardigt. Eerder is al uitgelegd waarom dit schadelijk is.

Voorbeelden
Je hebt het verdiend.
Eigen schuld.
Had je maar beter moeten luisteren.
Je hebt het over jezelf afgeroepen.
Dat had je kunnen weten.
Dat komt er nu van.

 

VAN ZELFKRITIEK NAAR MEDEDOGEN

Onze grootste critici zijn we vaak zelf. Als we door zelfkritiek en overdreven perfectionisme onze eigen schoonheid niet meer kunnen zien, dan verliezen we het contact met onze energiebron. Het is daarom van belang om mededogen te ontwikkelen met jezelf.

Handel in de richting die je wel op wilt. Doe iets omdat je een bijdrage wilt leveren aan het leven. Vanuit zelfrespect en mededogen. Dus niet voor geld. Niet voor goedkeuring. Niet om straf te voorkomen. Niet om schaamte te vermijden. Niet om mensen niet teleur te stellen. Niet om je niet schuldig te voelen. Niet uit plichtsbesef. Je hebt een keuze. Wees menselijk: voor jezelf en voor anderen!

“Als wij ons licht laten stralen, geven we onbewust andere mensen toestemming hetzelfde te doen. Als wij van onze eigen angst bevrijd zijn, bevrijdt onze aanwezigheid vanzelf anderen.” (Marianne Williamson)

 

 

Reageer